Bange momenten

Ambulance

Foto: autoblog.nl

Vluchtig kijkt hij om zich heen, hoewel hij zich bekeken voelt lijkt niemand hem echt op te merken. Snel veegt hij daarom zijn klamme handen af aan zijn broek. Klamme handen, hij heeft er zo’n hekel aan. Het geeft aan dat hij zenuwachtig is, iets wat hij koste wat kost wil verbergen. Ja, verstandelijk weet hij het best. Het hoort erbij. Sterker nog, waarschijnlijk zou iedereen klamme handen krijgen in een situatie als deze. Maar toch, hij wil het aan niemand laten merken. Stel je voor dat iemand het doorheeft, hij moet er niet aan denken. Wat voor lastige vragen krijgt hij dan? Gaat het? Voel je je goed? En wat moet hij dan antwoorden? Dat hij geen raad weet met de situatie? Nee, het is maar goed dat hij nu even niet in de gaten gehouden wordt. En straks, mocht hij een hand moeten geven, heeft hij mooi droge handen.

Harm, kom je mee? Boven het geluid van het voorbijrazende verkeer uit, hoort hij zijn naam roepen. Bij het zien van de ambulance van waaruit hij geroepen werd, schrikt hij op uit zijn gedachtewereld. Nu niet denken aan de zenuwen, maar aan dat wat oma hem zei: Het gaat goedkomen lieve jongen. De lieve vrouw. Zo oud, zo broos, maar zo krachtig. De ambulancebroeder die zijn naam net riep, wenkt hem dichterbij te komen en nodigt hem vriendelijk uit om in te stappen. Naar de vrouw op de brancard durft hij niet te kijken, ook al wil hij graag weten hoe ze het maakt. Vandaag wint zijn angst het van de nieuwsgierigheid. Zonder opzij te kijken loopt hij de langs de schuifdeur. En met kinkkende knieën stapt hij de ambulance in.

Hoewel de ochtend nog lang niet voorbij is, is er al zoveel gebeurd. Wat staat mij nog meer te wachten? denkt Harm. Wanneer hij naar buiten kijkt, ziet hij in de verte de traumahelikopter landen op het dak van het ziekenhuis. Daar, in dat immens grote gebouw zal hij straks ook rondlopen, zitten, aanwezig zijn en onzeker zijn. Naar dat ziekenhuis zijn ze onderweg. De weg naar het ziekenhuis is de enige en beste optie om uit de onzekerheid te komen. Toch brengt deze gedachte een nieuw portie klamme handen met zich mee. Daar, aan de rechterkant ziet hij de hoofdingang. Vorige week is hij daar nog naar binnen geweest, toen hij zijn oma, al 85 jaar oud, begeleidde naar de oogarts. Toen was alles goed en konden ze een uurtje later rustig naar buiten lopen. Naar de auto. Zonder zorgen. In welke gemoedstoestand zal hij straks met zijn oma praten? Weer moet hij denken aan de vrouw die hem zo na aan het hart ligt. Het gaat goed komen lieve jongen. Het gaat goed komen lieve jongen… de woorden dansen door zijn hoofd.

Zonder dat Harm het merkt stopt de ambulance. Vragend kijkt hij de chauffeur aan, de man lijkt het niet te merken en stapt uit. Nog geen twee tellen later ziet hij door het raampje achter zijn stoel, dat de chauffeur met de verpleegkundige praat. Onbedoeld glijden zijn ogen naar de patiënt, dat wat de mensen achterin zeggen hoort hij niet. Totdat hij één woord opvangt. Slechts één woord, het enige woord dat hij nu niet horen wil. ‘Zenuwachtig’, hoort hij de chauffeur zeggen, waarna de verpleegkundige even kort zijn kant op kijkt. Gaat het over hem? Hebben ze het dan toch door? Beduusd loopt hij achter de twee hulpverleners aan. Zolang hij achter ze loopt zal het wel goed gaan. Dan kunnen ze hem in ieder geval niet aankijken. En hij, hij kan de brancard niet zien. Zonder het te weten behoeden deze mensen hem voor een zenuwinzinking.

In het ziekenhuis wijst de chauffeur naar de rij stoelen. Wacht hier maar even, ik kom zo weer bij je terug, zegt de man. Samen met de verpleegkundige duwt hij de brancard een kamertje in. De deur gaat dicht en Harm voelt zich alleen. Niemand let op hem, ook hier niet. De mensen met witte jassen spoeden zich langs hem heen. Ze lijken het allemaal zo druk te hebben.

Harm, kom je mee? Als hij zijn naam hoort schrikt hij op. Het is alweer die stem die hem uit zijn gedachtewereld haalt. Voorzichtig kijkt hij op. Wat zal de man te vertellen hebben? Als het maar geen slecht nie… Gefeliciteerd Harm, je bent geslaagd. We beseffen dat de casus lastig was, maar ondanks alles bleef je rustig. De patiënt heeft zich geen moment onveilig gevoeld en werd rustig van de zekerheid die jij uitstraalde toen je haar behandelde. Harm voelt zijn mondhoeken omhoog krullen. Zou het dan toch? Een last van zijn schouders. We mogen je feliciteren met het feit dat je onze nieuwe collega bent, die plek naast mij in de ambulance zal je nieuwe thuis worden.

Zijn handen zijn weer klam, maar dat maakt nu niks meer uit. Blij schudt hij de uitgestoken hand van de chauffeur. Ook de verpleegkundige en de vrouw die slachtoffer speelde feliciteren hem van harte. Eindelijk hij heeft zijn droombaan te pakken. Vandaag gaat hij nog maar één ding doen. Naar oma, de vrouw die altijd in hem bleef geloven om haar te vertellen dat hij aangenomen is. Zo komt het toch goed met haar lieve jongen. Oma had gelijk.

10 gedachtes over “Bange momenten

Laat een reactie achter op Taallent Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s