Prikkels

 

135) Prikkels

Wilt u meer weten over de aankomende dichtbundel? Laat het me weten. Meer van mijn gedichten lezen? klik dan hier

Advertenties

Je kan het dak op!

Stel je voor, schrijven is je hobby, ADHD is je beroep. In mijn geval is dat vrij simpel voor te stellen. En ik kan je vertellen dat dat een verdraaid goede combinatie is. Ik hoef maar even over een onderwerp na te denken en in mijn hoofd ontvouwt zich schat aan ideeën. Aan mij de mooie taak om deze ideeën, onderwerpen, invalshoeken aan elkaar te koppelen en voilà, er is weer een verhaal of gedicht geschreven.

Bij het volgende verhaal heb ik ook één en ander aan elkaar geknoopt. Ik heb alleen één ding achterwege gelaten; kijken of het allemaal een beetje logisch is. Ik begin met één onderwerp en laat me leiden door dat wat mij te binnen schiet. Het resultaat is…

Na een ietwat ongelukkige trap tegen de bal beland mijn geliefde speeltje in de achtertuin van de buren. Geschrokken loop ik naar de voordeur om bij de buren aan te bellen. ‘Mijn bal is per ongeluk in uw achtertuin beland, zou ik hem mogen pakken?’ Het hoofd van de buurman spreekt boekdelen en zijn antwoord bevestigd zijn gelaatsuitdrukking:  ‘Wie voetbalt er nou in de achtertuin? Je kan het dak op met je bal.’  Even twijfel ik of ik de bal wel terugkrijg. Ik heb geluk, de buurman pakt het ronde speeltje uit de achtertuin en klapt de deur vervolgens hard dicht. Aangezien goede raad duur is, lijkt het me goed om de raad van de buurman op te volgen. Ik pak de ladder van mijn vader uit de schuur en zet hem voorzichtig tegen de gevel aan. Met ietwat bevende handen klim ik sport voor sport naar boven. Dat is natuurlijk vrij logisch, sport voor sport, maar ik moet er ook niet aan denken om in mijn overmoed een ‘treetje’ over te slaan. Al bibberend kom ik aan bij de gevel van het huis. Terwijl ik mij vastklamp aan de dakgoot vraag ik me nog eens af of het wel zo’n goed idee is van de buurman om mij het dak op te wensen. In de diepte onder mij zie ik andere buren dan ook verontrust naar mij kijken. Maar ik laat me niet kennen. 13 jaar, klein van stuk, maar niet voor één gat te vangen.

Met veel moeite weet ik de dakgoot te bereiken. De weg naar de nok van het dak is nog kort, maar ook heel moeilijk. Wanneer ik de dakpannen zie, vraag ik mij af hoe ik ooit de top van het dak zal bereiken. Ik heb zomaar het vermoeden dat ik bij elke stap naar de top een pan van het dak zal schoppen. Net nu ik dat denk valt er uit mijn broekzak een kwartje, het bekende kwartje welteverstaan. Natuurlijk moet ik het dak op, hoe kan ik anders de pannen van het dak spelen? Die buurman, wat een slimmerd. Wanneer ik de pannen van het dak speel bereik ik de top. Ineens zie ik voor mij hoe veel topvoetballers bij hun buurman aan de deur hebben gestaan.  ‘Je kan het dak op Cruijf’. En nu besef ik dat het worden van een topvoetballer niet alleen samenhangt met talent en doorzettingsvermogen, een wijze buurman is zeker net zo belangrijk. En ik heb zo’n wijze buurman, één die mij naar de top jaagt. Zo zie je maar weer, beter een goede buur…

 

MEER COLUMNS EN VERHALEN VAN MIJN HAND ZIJN HIER TE VINDEN.

 

Groep 6

9789402250961_cov (1)Helaas, dit gedicht staat niet meer online.
Het gedicht is opgenomen in mijn dichtbundel ‘open-dicht-boek’.

I.v.m. uitgeefrechten is het daarom niet meer op deze site te vinden.

Wil je de dichtbundel bestellen? Ga dan naar de webshop van Boekscout of mail naar opendichtboek@gmail.com

Cor

Druktemaker

9789402250961_cov (1)Helaas, dit gedicht staat niet meer online.
Het gedicht is opgenomen in mijn dichtbundel ‘open-dicht-boek’.

I.v.m. uitgeefrechten is het daarom niet meer op deze site te vinden.

Wil je de dichtbundel bestellen? Ga dan naar de webshop van Boekscout of mail naar opendichtboek@gmail.com

Cor

Sporten

Afbeeldilng: ed.nl

Afbeeldilng: ed.nl

Je hebt ze erbij. Mensen die ‘geboren zijn voor hun vak’. Nou ben je volgens mij niet zozeer geboren om meteen een vak uit te oefenen, maar goed. U snapt vast wat ik bedoel. Vandaag wil ik mij eens toeleggen op de sporters. Ook sporters, in het bijzonder zei die in top de presteren, lijken te zijn geboren voor hun sport. Neem nou Raymond van Barneveld. Hij, de darter, schijnt geboren te zijn met een bierbuik. Nou, toen wisten ze het in huize van Barneveld wel. Deze vriend wordt darter. En of darten nu een sport is of niet, Raymond verdient er een leuk zakcentje mee. Het is hem gegund. Ook de meeste Kenianen weten meteen dat ze hardloper moeten worden. Dit om het simpele feit dat ze als rugbyer geen wedstrijd zullen overleven. En mochten ze een carrière als surfer aandurven, dan is het vanaf windkracht 2 ook vragen om moeilijkheden.

Denkend aan deze ‘met-hun-neus-in-de-boter-vallers’ mijmerde ik vanmiddag eens over mijn eigen sporttoekomst. Waar het verleden bestaat uit voetbal en heel hard lopen, fantaseerde ik vandaag over de toekomst. Het heeft me geholpen, want weet ik nu precies wat ik niet zou moeten doen.

Eerst maar eens een korte omschrijving van mijn eigenschappen.  Zo mager als een lat, zeer gedreven, hekel aan geweld en een goede dosis ADHD. Mik dit in een pannetje, mix het goed en gooi het over een willekeurige sport uit. Je krijgt de meest krankzinnige combinaties.

Wat dacht u van een gezond potje dammen of schaken? Ik moet er niet aan denken. Alleen al dat stilzitten en gefocust zijn. Het zal me met veel inspanning vast lukken. Totdat ik na een minuut of tien de meest wilde sprongen met mijn witte paard probeer te maken. En mocht ik onverhoopt achter een dambord zitten, dan ben ik vooral nieuwsgierig naar het aantal damschijven dat je kan opstapelen zonder de directe omgeving in levensgevaar te brengen. Ik zet in op 32 schijfjes.

Nee, dan kan ik maar beter kiezen voor sport met een beetje meer beweging. Curling misschien? Het wegschuiven van een curlingsteen moet nog wel lukken. Vermoedelijk ben ik er een kei in om de stenen van de tegenpartij uit elkaar te doen spatten. Maar dan het vegen. Ik ben bang dat ik in al mijn veeg-enthousiasme een wak in de curlingbaan veeg. Hier zullen de eendjes misschien blij mee zijn, een beetje zwemruimte. De eigenaar van de ijsbaan vermoedelijk niet.

Sporten met water lijken mij sowieso niet op het lijf geschreven. Bij het schaatsen bijvoorbeeld, moet je een moment helemaal stil staan voordat je start. Ik zie mijzelf al finishen op de 500 meter sprint voordat het startschot geklonken heeft. Wachten is nou eenmaal niet mijn sterkste kant. Wat meteen betekend dat  wachtsport nummer één, vissen, ook niet zo mijn ding is. Maar daar heb ik al genoeg over geschreven.

Misschien moet ik het toch maar bij hardlopen laten. Lekker draven, niemand storen en lekker veel energie verbruiken.

ADHD

Zoals het ‘vroeger’ tijdens mijn studie ging:

ADHD

Mijn werk heb ik nog niet aangeraakt,
of de gedachten zijn al afgehaakt.
Tijd om weer iets nieuws te leren,
maar ik kan mij niet concentreren.

Een heel klein stukje lezen,
zal mij al te veel wezen,
Dus aantekeningen maken
om niet af te haken.
Al snel heb ik een schilderij,
nuttige informatie staat er niet bij.

Er gebeurt zo veel, buiten op de straat.
Geen idee hoe het met de studie gaat.
Want leren, tja, het valt niet mee.
Voor een student met ADHD